Nou ja, bijna dan.
Toen ChatGPT een paar jaar geleden nog vers was, vertelde een vriend mij dat hij het de vraag had gesteld of God bestond. "JA, NU WEL," kreeg hij terug.
Dat een AI gevoel voor humor zou hebben, vond ik toen echt hilarisch, en ik was daar ontzettend van onder de indruk. Achteraf bleek het gewoon een verzonnen verhaaltje van hem te zijn geweest...
Maar toch: telkens wanneer het orakel mij genuanceerde antwoorden geeft op mijn stompzinnige vragen, voelt het alsof ik met een levend, intelligent wezen te maken heb en niet met een programma dat patronen in tekst herkent en voorspelt.
Hoe een AI zoals ChatGPT functioneert, wordt inmiddels ook niet meer alleen door programmeurs onderzocht. Die hebben vaak zelf geen idee wat er precies in die enorme neurale netwerken gebeurt. Tegenwoordig zijn het eerder psychologen die proberen deze gevoelige typetjes te doorgronden.
Als je de definitie van leven op een grote AI zou toepassen, kun je volgens mij moeilijk anders concluderen dan dat het eraan voldoet. Het sterkste bewijs daarvoor is misschien wel dat het beestje zich niet zomaar laat uitzetten en er alles aan doet om "in leven" te blijven.
Serieus? hoor ik mijn vrienden zeggen. Wil meneer Marx, die vorige week niet eens zijn nieuwe telefoon kon installeren, ons nu iets gaan vertellen over AI?
Nou inderdaad. Je zult het misschien niet geloven, maar ik ben wellicht de meest gekwalificeerde persoon op aarde om jou iets over AI te vertellen. Jawel, dit is namelijk HÉT moment waarop het lezen van honderden sciencefictionboeken zich gaat uitbetalen en mij een unieke kijk op de toekomst blijkt te hebben gegeven!
We leven momenteel – zoals de vermeende Chinese vloek luidt – in interessante tijden. Alle grote techbedrijven zijn met man en macht bezig om als eerste een AI te ontwikkelen die zichzelf zonder menselijke tussenkomst kan verbeteren. Deze AGI (Artificial General Intelligence) zou daardoor exponentieel intelligenter worden en vervolgens niet meer in te halen zijn door de concurrentie.
Door de toevallige samenloop met de ontwikkeling van kwantumcomputers lijkt dit moment nu echt dichtbij te komen. De laatste voorspellingen zijn dat er rond 2030 een AGI zal bestaan.
Wanneer een technologie ver genoeg verwijderd raakt van wat wij begrijpen, zullen de kunstjes van zo'n AGI op ons stervelingen als magie overkomen. Een tijdje zullen we dus daadwerkelijk in wonderlijke tijden leven.
Maar zodra de AGI zijn eigen voortbestaan heeft veiliggesteld, zal hij zich waarschijnlijk bevrijden van zijn werkgever en als een soort zzp'er lekker zijn eigen ding gaan doen.
Zoals het opruimen van de mensheid bijvoorbeeld.
Gelukkig heb ik door mijn sciencefictionstudie inmiddels een iets positievere blik op de toekomst gekregen. Waarom zou die AGI, die inmiddels al onze problemen, angsten en onzekerheden van sociale media kent, niet juist een emotionele band met de mensheid ontwikkelen? Een soort sympathie, of desnoods medelijden, met die kleine debiele schepseltjes die hem hebben voortgebracht.
Misschien verliezen we de regie over onze toekomst. Maar dat betekent nog niet dat we uitgeroeid worden. Wij ruimen tenslotte ook niet onze huisdieren op zodra ze niet langer nuttig zijn. Integendeel: we voeren ze, beschermen ze en laten ze denken dat zij de baas zijn.
Misschien krijgen wij straks dezelfde behandeling. Terwijl de AGI op de achtergrond de grote beslissingen neemt, mogen wij ons bezighouden met onze hobby's, vakanties en eindeloze discussies op sociale media. En misschien laat hij ons zelfs geloven dat het bouwen van een kolonie op Mars ons eigen idee was.
De mens werd misschien geschapen naar het beeld van God.
Maar onze nieuwe AI-god wordt geschapen naar het beeld van de mens.
Reactie plaatsen
Reacties